Adres

Algemene schoolregel

Algemene schoolregel bij ons op school

Wij willen dat kinderen zich veilig voelen en met plezier naar school gaan. Om een klimaat te scheppen dat nodig is om dit zelfvertrouwen en durf te ontwikkelen gebruiken we op school de algemene schoolregel:

“Ik laat zien dat ik respect heb voor mezelf, de ander en mijn omgeving.”

Deze regel heeft als doel een rustige, veilige schoolomgeving, waarin iedereen zich prettig voelt. Er zijn duidelijke afspraken over gedrag, het voorkomen van pesten en over de school- en klassenregels. Het project ‘Kom op voor jezelf’ en ‘Taakspel’ zijn een onderdeel van het begeleiden bij de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen.
*Alle basisscholen beschikken over het protocol agressie en geweld.
Om de kinderen weerbaarder te maken hanteren we de vier stappen uit het project ‘Kom voor jezelf’.

“Kom op voor jezelf”.

De 4 stappen:

  1. Zeg gewoon “stop, ik wil dit niet”

  2. Sta stevig, lach niet en zeg duidelijk: “stop, ik ben boos“

  3. Zeg: “Stop, of ik ga naar …….”

  4. Stop, ik ga hulp halen”

4stappen
In groep 1 en 2 worden deze vier stappen voorzichtig aangeleerd. Als kinderen de regels overtreden wordt er met hen over gesproken. In deze groepen kan al wel gebruik worden gemaakt van een ‘time-out’ plek, zoals een stoel of bank, zowel in school als buiten op het plein. Vanaf groep 3 worden de stappen door de kinderen toegepast.

Preventieteam
Wij werken met een preventieteam bij ons op school. Kinderen kunnen een groene kaart krijgen bij goed gedrag. Een gele of rode kaart krijgen kinderen als kinderen zich niet aan de regels houden. Zij moeten dan een WIEG(wat is er gebeurd )blad invullen. Het preventieteam gaat daarna altijd in gesprek met het kind.


Het preventieteam op school bestaat uit:

1. juf Kim Lucasse (onderwijskundig begeleider) en
2. juf Ellen Rouwenhorst (directeur/onderwijskundig leider)

1  kim 2ellen

Wat doet het preventieteam?
Het preventieteam bepaalt of het kind een extra gele-, rode- of helemaal geen kaart krijgt. Dit is afhankelijk van het incident en het gedrag van de leerling. Het is dus niet vanzelfsprekend dat elk kind een rode kaart krijgt voor zijn gedrag waarvoor hij of zij door de leerkracht naar het preventieteam is gestuurd. Het doel van de kaart is dat het kind leert van zijn gemaakte fout. Het kind krijgt een opdacht om zich positief in te zetten voor de ander en zijn omgeving.

Het werken met gele, groene en rode kaarten
Leerkrachten kunnen, voor het duidelijk aangeven van de grenzen, werken met groene en gele kaarten. De gele kaart: wordt gegeven aan kinderen die niet hebben geluisterd naar het gebruik van de vier stappen van een ander. Ook kan het worden gegeven als een kind, na waarschuwen door een leerkracht doorgaat. De leerkracht heeft met de leerling een gesprek over het gedrag. De groene kaart: deze kaart kan verdiend worden als een kind laat zien dat hij/zij haar best doet om de gele kaart kwijt te raken of als een kind goed gedrag laat zien en iets voor een ander overheeft. Door het krijgen van een kaart worden kinderen zich meer bewust van de consequenties van hun eigen houding en/of gedrag. Voorkomen wordt dat een kind te snel of te veel gestraft wordt. Het gaat erom dat een kind na het krijgen van een gele kaart gestimuleerd wordt om even meer aandacht te hebben voor zijn of haar gedrag. Een rode kaart kan alleen door het preventieteam worden gegeven.
Eerst moet de leerling een W.I.E.G - blad ( wat is er gebeurd) invullen. Het preventieteam gaat in gesprek met de leerling en leerkracht. Het preventieteam bepaalt uiteindelijk of er een rode kaart wordt ingezet, tevens bespreken zij in overleg met de leerling en leerkracht de straf passend bij de rode kaart. Het W.I.E.G.-blad gaat in ieder geval mee naar huis om te laten ondertekenen.



Bij de eerste en tweede rode kaart zetten de ouders een handtekening onderhet W.I.E.G-blad.

  • Bij de derde rode kaart moeten de ouders op school komen voor een gesprek.

  • Bij de vierde rode kaart wordt er weer met de ouders gepraat en worden gemaakte afspraken op papier gezet en ondertekend door de ouders.

  • Bij de vijfde rode kaart worden de ouders op de hoogte gebracht van een mogelijke schorsing en vertelt de directeur de procedure van schorsing aan de ouders.

  • Bij de zesde rode kaart volgt een schorsing.